Het Nationaal Park Harz is een van de grootste aaneengesloten bosgebieden van Duitsland. Het park strekt zich uit over Nedersaksen en Saksen-Anhalt en beslaat ongeveer vijfentwintigduizend hectare, met de Brocken als hoogste punt. Hier krijgt de natuur zoveel mogelijk de ruimte. Voor natuurliefhebbers is het een plek waar je met wat geduld edelherten, lynxen en zeldzame vogels kunt tegenkomen. In dit artikel lees je welke dieren er leven, waar je ze het best kunt zien en hoe je je gedraagt.
De lynx is terug
De bekendste bewoner van het park is de lynx. Deze grote kat was in de Harz lang uitgestorven, maar vanaf 2000 zijn er lynxen uitgezet. Inmiddels plant de soort zich in de vrije natuur voort en hebben dieren zich ook buiten de Harz verspreid.
In het wild een lynx zien is een zeldzaamheid. Het zijn schuwe dieren die vooral in de schemering actief zijn. Wil je er zeker een zien, ga dan naar het lynxverblijf bij de Rabenklippe, boven Bad Harzburg. Daar leven lynxen in een groot verblijf in het bos. Op vaste tijden worden ze gevoerd en vertelt een ranger over het project.
Edelherten in de bronst
In september en oktober is het bronsttijd voor de edelherten. De mannetjes roepen dan luid om rivalen te verjagen en vrouwtjes te lokken. Dat burlen hoor je vooral in de vroege ochtend en de avondschemering, soms van kilometers ver. Een herfstochtend in het bos met dat geluid om je heen is een bijzondere ervaring.
De kans om herten te zien is het grootst aan de randen van open plekken en weides, vroeg in de ochtend of laat in de middag. Houd afstand en blijf op de paden. In de bronsttijd zijn de dieren gevoelig voor verstoring.
Andere dieren om op te letten
Naast lynxen en edelherten leven er in het park nog veel meer soorten:
- Wilde kat: lijkt op een stevige huiskat met een dikke, geringde staart. Ook deze soort is schuw en vooral 's nachts actief.
- Zwarte ooievaar: een veel zeldzamere neef van de witte ooievaar, die broedt in rustige bosgebieden.
- Slechtvalk en oehoe: broeden op rotsen en kliffen, onder andere in de dalen aan de oostkant van de Harz.
- Vuursalamander: zwart met gele vlekken, vaak te zien na een regenbui op vochtige bospaden.
- Ree en wild zwijn: komen veel voor, ook buiten het nationaal park.
Een veranderend bos
Wie door het park wandelt, ziet grote stukken dood naaldbos. Droge zomers en de letterzetter, een schorskever, hebben veel sparren doen afsterven. In het nationaal park worden die bossen grotendeels met rust gelaten. Tussen de dode stammen groeien nu jonge berken, lijsterbessen en beuken op. Voor veel dieren, zoals spechten en insecten, zijn deze gebieden juist waardevol.
Tips om dieren te zien
- Ga vroeg of laat. De beste momenten zijn rond zonsopkomst en zonsondergang.
- Wees stil. Praat zacht en loop rustig. Kleine groepen zien meer dan grote.
- Neem een verrekijker mee. Veel dieren zie je op afstand.
- Blijf op de paden. In de kernzone van het park is dat verplicht, en het voorkomt verstoring.
- Voer nooit dieren. Ook niet als ze tam lijken.
Bezoekerscentra
In en rond het park liggen verschillende bezoekerscentra, zoals het Nationalpark-Besucherzentrum TorfHaus. Daar vind je informatie over de dieren, actuele wandelroutes en vaak ook rondleidingen met een ranger. Dat is een goede plek om je dag te beginnen.
Wil je zelf een route plannen, kijk dan op onze pagina over wandelen in de Harz. En voor meer over het hoogste punt van het park, lees onze gids over de Brocken.




















